Spelregels woningbouw vastgesteld

Publicatiedatum: 
30 jul 2019

Het college van burgemeester en wethouders heeft de spelregels vastgesteld voor de 30-30-40 afspraak bij nieuwbouwprojecten in Purmerend: 30% sociale huurwoning, 30% doorstroomwoningen en 40% vrije keuze. Voor nieuwe ontwikkelingen en initiatieven van 4 woningen of meer geldt deze afspraak. De spelregels worden op 26 september 2019 aan de gemeenteraad voorgelegd.

Wethouder wonen Thijs Kroese over de spelregels: “In overleg met woningcorporaties en marktpartijen zijn we op zoek gegaan naar spelregels die borgen dat we voldoende sociale huurwoningen en andere betaalbare woningen bouwen. De nu vastgestelde spelregels geven die borging en geven voldoende ruimte om keuzes te maken die bij een specifieke locatie horen."

Meer sociale huurwoningen

In 2018 heeft de gemeente met de woningcorporaties die in Purmerend actief zijn, een ‘Sociaal akkoord’ getekend. Daarin staat dat de corporaties tot 2032 per saldo 1.100 woningen toevoegen aan de voorraad sociale huurwoningen. Dit is in lijn met de ambitie om meer sociale huurwoningen te realiseren, maar dit is nog niet genoeg. Om de diversiteit en doorstroom te bevorderen is de 30-30-40 norm geïntroduceerd.

Werkwijze

Voor projecten met vier woningen of meer geldt de norm minimaal 30 % sociale huur en minimaal 30 % doorstroom. Afwijking van die norm kan alleen als het halen van de norm op basis van maatschappelijke, ruimtelijke of financiële argumenten onhaalbaar of onwenselijk is. Bij woningprogrammering blijft het altijd belangrijk om te kijken naar wat een wijk nodig heeft, rekening houdend met haar eigen identiteit en dynamiek. Op de ene plek is 100% sociaal wenselijk, terwijl op andere locaties meer behoefte bestaat aan doorstroomwoningen.
 
Het is dan ook denkbaar dat er locaties zijn waarin realisatie van de 30 - 30 - 40 norm, vanuit maatschappelijk of ruimtelijk perspectief, niet wenselijk dan wel mogelijk is. Indien een plan financieel niet haalbaar blijkt te zijn, kan mogelijk een beroep gedaan worden op de gelden die beschikbaar zijn gesteld voor het stimuleren van sociale huur om een ontwikkeling toch mogelijk te mogelijk te maken. Voor inzet van deze gelden zijn in de nota uitgangspunten opgesteld.

Ontwikkellab

De gemeente gaat een faciliterende rol spelen in de realisatie van de stedelijke norm. Dit kan door het organiseren van zogenoemde ontwikkellabs: overleg tussen gemeente, de woningcorporaties en de ontwikkelaar(s) om te bespreken hoe de gewenste woningprogrammering en kwaliteit op de betreffende locatie mogelijk gemaakt kan worden. Deze manier van samenwerken is nieuw voor zowel de gemeente, de marktpartijen als de woningcorporaties. Het voorstel is dan ook om het Ontwikkellab na een jaar te evalueren en waar nodig aan te passen. 
 
Thijs Kroese: “Het gesprek - de gedachte dat we het samen moeten doen - staat centraal. Dat merk ik ook bij marktpartijen en woningcorporaties. Met het Ontwikkellab nemen we als gemeente de rol die ons past. Marktpartijen, corporaties en gemeente zijn afhankelijk van elkaar. Ik vind dat het aan ons als gemeente is actief de regie te voeren en zo ontwikkelingen mogelijk te maken.”

Compensatie

Als blijkt dat op de locatie met vier woningen of meer, ondanks de afstemming in het Ontwikkellab, geen sociale huurwoningen gerealiseerd kunnen worden, dient het tekort aan sociale huurwoningen elders fysiek gecompenseerd te worden. Indien dit ook niet lukt is financiële compensatie vereist, volgens de afspraken in de Nota GKP (Nota Gebiedsoverstijgende Kosten Purmerend). In deze nota is een financiële compensatiemogelijkheid opgenomen als ontwikkelingen niet voldoen aan de realisatie van tenminste 30% sociale huurwoningen in een project. Per niet gerealiseerde sociale huurwoning (minder dan 30 %) geldt een afdracht van € 30.154 (indexatie, geen BTW) per woning. Deze gelden kunnen vervolgens ingezet worden om op de locaties die zijn aangewezen alsnog de sociale woningen te realiseren.

Historische binnenstad

Voor woningbouwprojecten in de historische binnenstad geldt ook het uitgangspunt 30-30-40. De historische binnenstad van Purmerend kent haar eigen dynamiek. Voor dit gebied zijn wellicht andere afspraken nodig. Op dit moment vindt er nog overleg plaats over een passende invulling van het uitgangspunt 30-30-40. De bedoeling is om voor de historische binnenstad op eigen wijze invulling te geven aan de gestelde kaders van maatschappelijke, ruimtelijke en financiële onwenselijkheid/onhaalbaarheid.

Besluitvorming

Het college van Burgemeester en Wethouders vraagt aan de gemeenteraad om het besluit over te nemen. De eerste stap is een vergadering van de Commissie Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (SOB) op woensdag 4 september. Donderdag 26 september neemt de gemeenteraad een definitief besluit.