26-03-2008
Wethouder Hans Engels publiceert regelmatig columns voor lokale en provinciale PvdA-leden. Hierin geeft hij zijn mening over actuele zaken en ontwikkelingen.
Onderstaand, in plaats van een 'traditionele weblog', één van die columns.
Uw reactie is meer dan welkom!
Ik heb geen verstand van onderwijs. Natuurlijk wel als gebruiker, maar dat is toch al weer een tijd geleden. Nog van vóór de grote veranderingen. Bij voorbeeld, de middelbare school waar ik op zat was trots op een lange, constante geschiedenis. Grote borden met de namen van alle geslaagden nog van voor de eeuwwisseling gaven aan dat we heus niet de eersten waren en dat het die anderen óók was gelukt om eindexamen te doen. Vaak was er ook weinig reden om te vernieuwen. De Griekse en Romeinse schrijvers die we moesten vertalen waren toch al gauw zo’n 20 eeuwen dood, dus wat was er mis met een bijbehorend leerboek dat aan zijn 50e druk toe was? Bij de moderne talen moest het al wat meer up to date zijn en bij exacte vakken moesten de laatste ontwikkelingen natuurlijk verwerkt zijn. Maar dan had je de vernieuwing toch wel gehad.
Daarna is het allemaal fout gegaan, begrijp ik inmiddels van de commissie Dijsselbloem. Dat het veranderd is, was me bij mijn twee dochters al opgevallen. Terwijl ik eerst dacht dat ik met een Bètaopleiding hun wiskundeboekjes nog wel zou kunnen volgen, ontdekte ik al snel dat ik niet meer in formules, maar in verzamelingen moest denken. Het ging niet meer om ‘kennis’ , maar om ‘ begrip’. Maar ongetwijfeld was dat allemaal didactisch zeer verantwoord en: veranderde tijden, veranderde zeden. Bovendien wordt er al eeuwen geklaagd dat alles, en zeker het onderwijs, vroeger veel beter was. Maar nu begrijp ik dat wat ik hield voor een ouderdomsverschijnsel, waar je je mond maar over moest houden, toch officieel waar is verklaard.
Wat mij verbaast zijn de uiteindelijke aanbevelingen. Dat je de uitvoering overlaat aan de leraren, lijkt me logisch. Maar dan gaat de politiek toch weer het uiteindelijke te behalen resultaat vaststellen. Ook dat lijkt logisch, maar het is het niet. Het berust op een fundamenteel wantrouwen in de mensen die het onderwijs geven. Alsof zij niet het beste resultaat zouden nastreven.
Dat wantrouwen geldt niet alleen het onderwijs, maar zit diep geworteld in hoe we omgaan met de hele niet commerciële sector. Terwijl we elders veronderstellen dat het marktmechanisme zal leiden tot het beste resultaat, gaan we daar in de ‘zachte sector’ niet van uit. Aan de ene kant vertrouwen we al die mensen aan het bed, voor de klas en op straat de patiënten, cliënten, kinderen, toe. Aan de andere kant willen we ons met alles bemoeien. Bij iedere subsidie stapelen we voorschrift op voorschrift.
Ent we accepteren niet dat dingen ook mis kunnen gaan, dat we risico lopen. Gaat er iets fout en komt het in de publiciteit, dan vraagt het publiek, de kamer, de staten, de raad: “wat gaat u daaraan doen?” Dus sturen we de zoveelste inspectie er op af, gevolgd door nieuwe voorschriften.
Dat stelselmatige wantrouwen leidt tot een eindeloze reeks controlemaatregelen. We stellen eisen, laten iedereen bijhouden wat hij doet, en al die informatie wordt opgeslagen, verwerkt, onderzocht en leidt tot ‘bijstelling van het beleid’. En tot nieuw overleg, nieuwe vergaderingen, nieuwe nota’s waarin de visie, de missie, het doel, de middelen, het beoogde resultaat worden vastgesteld. Dat alles leidt weer tot minder handen aan het bed, minder mensen voor de klas, minder blauw op straat. En meer overhead. Waar we vervolgens als politiek weer over klagen. Waarna we weer een nieuwe verordening opstellen om dat te regelen.
Ik weet het, ik trap zelf net zo vaak in die valkuil. Dus is het maar goed dat je zo nu en dan met je neus op de feiten wordt gedrukt. Bijvoorbeeld door commissies als die van Jeroen Dijsselbloem. Maar dan wel graag met ook als uiterste consequentie, dat we alleen globaal omschrijven wat we willen hebben: goed opgeleide kinderen, goed verzorgde ouderen, waar mogelijk herstelde patiënten. Als we de uitvoerenden het ‘hoe’ toevertrouwen, moeten we ze als overheid ook het ‘wat’ toevertrouwen. Laten we hen weer ons vertrouwen geven. Geef ze hun verantwoordelijkheid terug.
Vorige pagina Terug naar boven Print deze pagina Mail de Redactie