Houttuinen 11-13

Houttuinen 11-13

Houttuinen 11-13
Gemeentelijk monument.
Het Witte Huis. Oorspronkelijke functie: stadswerf met architectswoning; van 1921 tot 1957 landbouwhuishoudschool; in 1957 verbouwd tot muziekzaal en woning voor de badmeester. Ontworpen door vermoedelijk stadsarchitect Willem Antonie Scholten (tevens eerste bewoner). Gebouwd in 1842 door de Purmerender timmerman Jacob Eisenberger in opdracht van “Heeren Burgemeester en Wethouders der Stad Purmerende”.

Op H–vormige plattegrond gebouwd pand bestaande uit een rechthoekig middendeel van één bouwlaag tussen risalerende hoekpartijen van twee bouwlagen. Alle drie bouwdelen zijn voorzien van een flauwhellend zadeldak met ruim overstek op geprofileerde klossen. De daken van de hoekpartijen hebben de noklijn haaks op de Houttuinen en een dekking van rode Hollandse pannen; het met zwarte geglazuurde Hollandse pannen gedekte dak boven het middendeel heeft de noklijn evenwijdig aan de Houttuinen. De buitengevels zijn witgepleisterd en voorzien van een plint.

In beide langszijden van het middendeel bevinden zich vijf rondboogvormige muuropeningen (waarin oorspronkelijk dubbele paneeldeuren met halfronde bovenlichten en sinds 1937 stalen vensters). De kopse gevels van de hoekpartijen waren oorspronkelijk voorzien van een zesruits schuifvenster op de begane grond, een vierruits schuifvenster op de eerste verdieping, en ter hoogte van de zolder een laag segmentboogvormig venster. In de kopgevels van de zuidwestelijke hoekpartij bevindt zich nog een dito verdiepings- en zoldervloer. De aan de Beemsterringvaart gelegen noordwestgevel van de zuidwestelijke hoekpartij heeft op de begane grond thans echter twee zesruits schuifvensters.
Onder het zesruits schuifvenster in de zuidoostgevel bevindt zich een hardstenen eerste steen met de volgende tekst “OP DEN 27 JULIJ 1842 / IS DE EERSTE STEEN GELEGD / DOOR / KLAAS PAUW,/ OUD 6 JAAR EN 9 MAANDEN”.  De vensters in de noordoostelijke hoekpartij zijn met uitzondering van het zesruits schuifvenster beneden in de noordwestgevel naderhand dichtgezet. De kopgevels worden afgesloten door rechte windveren die onderaan voorzien zijn van een sierplankje met middenboven en -onder een driepuntige ster.

In de zuidwestgevel bevindt zich rechts een zesruits schuifvenster, in het midden een vernieuwde deur met tweeruits bovenlicht en links hiervan een klein venster. De eerste verdieping telt drie vierruits schuifvensters (het middelste venster had vroeger een halfrond bovenlicht). De noordoostgevel wordt door een latere aanbouw grotendeels aan het oog onttrokken.

Het pand is van algemeen belang uit architectuur- en cultuurhistorisch oogpunt als merendeels gaaf bewaard gebleven stadswerf annex architectectswoning uit het tweede kwart van de 19de eeuw, opgetrokken in neoclassicistische stijl. Tevens heeft het gebouw stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan de Beemsterringvaart.

Locatie

Afbeelding van ,